
Cambrinus werd voor het eerst vernoemd in een gedicht uit 1543 van Burkart Waldis uit Neurenberg. Sommige denken dat Jan I, Hertog van Brabant, ook wel Jan Primus genoemd, Cambrinus was. Jan Primus werd in 1252 geboren, zoon van Hertog Hendrik III en Alix van Bourgondië. Zijn naam, Jan Primus, werd later verbasterd tot Cambrinus. Behalve Cambrinus wordt hij ook wel Gambrinus genoemd.
De betekenis van Jan Primus voor de bierwereld ontstond toen hij de kiem legde van de Belgisch-Brabantse brouwerijnijverheid door de Brusselse wethouders het recht om vergunningen te verlenen voor het brouwen en verkopen van bier. Hij werd benoemd tot erepresident van het Brusselse Brouwersgilde.
Jan Primus hield zelf ook van een stevige pot bier. Hij organiseerde vaak grote feesten met muziek en veel bier. Zo ontstond de legende die vertelt dat Jan Primus op 5 juni 1288 een belangrijke overwinning op de Aartsbisschop van Keulen behaalde bij Slot Woeringen, waarbij hij ook de heerschappij kreeg over het Hertogdom Limburg. Hij vierde de overwinning met een gigantisch driedaags banket, waarbij hij een enorme hoeveelheid bier achteroversloeg, zoveel dat men hem met ontzag tot "Koning van het Bier" promoveerde. Na de glansrijke overwinning in de veldslag riep hij zijn mensen bijeen. Hij beklom een stapel biertonnen en ging schrijlings op de bovenste ton zitten, alsof het een paard was. Met een kruik schuimend bier in de hand proostte hij op zijn land en op de gezondheid van het volk. Zo zien wij Koning Cambrinus nog steeds afgebeeld. Jan Primus stierf in 1294 na een toernooi in Baarle-Hertog aan zijn verwondingen.
Het bestaan van Cambrinus is echter niet aan te tonen. Hoe dan ook, hij regeerde vanaf het eind van de Middeleeuwen overal in Europa en was een geweldige reclame voor de brouwers in de 19e eeuw: zij maakten handig gebruik van het symbool van gezelligheid en verbroedering om de kwaliteit van hun bieren aan te prijzen.
Bron:
Cambrinus.nl